maandag 16 juli 2012

Vraagtekens


"Wanneer gaan ze de molen nou opvijzelen? Dat is een vraag die sinds de verplaatsing van de waltoren voortdurend gesteld werd. Inmiddels staat Molen De Roos een meter hoger .  Andere vraag: Waar blijven straks al die auto’s als het viaduct wordt afgebroken en die parkeergarage nog niet klaar is?"

Als bewoner aan het tunneltracé ben je de vraagbaak voor je gasten en passanten. De makkelijkste vraag is: worden jullie niet gek van al dat gedoe voor je deur? Antwoord: nee, eigenlijk niet. Gevolgd door “ je went eraan”, of  “het is wel een mooi werk”, of  “uiteindelijk is het een verbetering”. Maar kon je je gasten nu maar eens informeren over al die vragen die ze stellen. Meestal moet je het antwoord schuldig blijven. Je bent er niet door laconiek te zeggen dat ze het in het communicatiecentrum in de Barbarasteeg wel zullen weten.  Daar heb je op vrijdagavond of  zondag niet zoveel aan. En je gasten van buiten Delft zijn er al helemaal niet mee geholpen.

Natuurlijk  zou je zelf ook graag meer willen weten. Maar helaas. Als het volgende week ergens gaat trillen of er lawaai gemaakt gaat worden dan krijgen we een paar dagen daarvoor een nette brief. Maar hoe het op de middellange termijn er uit gaat zien blijft een vraagteken. Weet SpoorzoneDelft het zelf ook niet meer? De plannen veranderen nogal de laatste tijd. Of zijn ze gewoon bang om concreet te zijn? Stel je voor dat het straks toch anders wordt. Of erger nog: dat het allemaal veel later klaar is.

Kom op SpoorzoneDelft. Geef op jullie website eens een kijkje in wat straks komen gaat. Leuk te weten dat er in 2015  treinen door de oostelijke tunnelbuis zullen rijden. Maar over een langdurig en groot project is tussentijds meer te vertellen. Bewoners en hun gasten willen dat graag weten, eventueel met een paar slagen om de arm.

guwie





geplaatst 16 juli 2012

zaterdag 16 juni 2012

Waagstuk



Voetganger. Mooi oud woord eigenlijk, net als wandelaar Maar hoe je ze ook noemt,  ze hebben het moeilijk tijdens de bouw van de spoortunnel.  Soms lijkt het wel of zij vergeten worden bij de, vaak tijdelijke, reconstructie van de voetpaden. De verkeersdeskundigen houden zich  primair met het autoverkeer bezig. De fietsers komen meestal op het tweede plan. De voetganger is als zwakste weggebruiker het laatst aan de beurt. Veel ruimte blijft er zo niet voor hem over.

Maar wie niet sterk is moet slim zijn. Fietsers zijn daarin kampioenen. Die pakken gewoon de kortste weg, afzetting of niet.  In het laatste nummer van Solutie (Periodiek orgaan van de Fietserbond afdeling Delft, nr. 19) wordt  het systeem van de “Beheerste chaos” uit de doeken gedaan.  Dat komt op het volgende neer: hoe onoverzichtelijker de verkeerssituatie, hoe verstandiger de weggebruiker. Als borden niet meer helpen en de lijnen verwarrend zijn, dan mindert de automobilist zijn snelheid en kijkt zelf goed uit. Uit alle hoeken en gaten kan dan een fietser of voetganger opduiken. Niemand is uit op onvrijwillig contact, want dat betekent pijn, ruzie of schade.

Toch blijft in die situaties de voetganger kwetsbaar. Een zebrapad net om de bocht , een fietsenstalling die uitkomt op het voetpad naar het station. Een oudere springt niet zo makkelijk weg. Voor hem mag die chaos wel wat minder.  Ooit wordt de spoorzone een wandelparadijs.  Die oudere denkt: zou ik het nog meemaken?

guwie



geplaatst 16 juni 2012

vrijdag 1 juni 2012

Dieventaal


Wie zo’n halve eeuw geleden psychologie ging studeren werd niet alleen geconfronteerd met Engelse, Franse  en Duitse studieboeken. Er lag ook een heel nieuw jargon voor je klaar.  Een belangrijk woord was “frustratie”. Er waren wel zeven “afweermechanismen” om je daartegen te wapenen. “Frustratie” was destijds een vakterm, nu kent iedereen het woord.  Elk vak zijn jargon.  Soms worden termen daaruit onderdeel van het algemeen spraakgebruik.

Een aardig voorbeeld is het woord “maaiveld”. Natuurlijk afkomstig uit de agrarische sector.  Nu ook onderdeel van het bouwjargon. Wie kent het niet, al was het maar uit de zegswijze waarmee je gewaarschuwd wordt je hoofd niet boven het maaiveld uit te steken.

Onze tunnelbouwers en hun communicatie-experts hebben ook zo hun dieventaal. Wat te denken van het tramaansluitingsweekend, de tunnelkisten, de bovenleidingmontagewagen, of de vlindermachine? Stuk voor stuk juweeltjes.  Net als  het bouwmeesteroverleg en de bereikbaarheidsregisseur. En dan het nachtgat, de onderwaterwerken en het beeldkwaliteitsplan. Wie weet er nog meer? Kent u het PHS al?  Dat is het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. Hoort bij spoorboekloos rijden en dat kan alleen als het hele traject 4-sporig is.

Verhelderend is ook de uitsmijter bij een verhaal over een werkonderdeel waarvan de duur slecht bleek in  te schatten: “De eindtijd is afhankelijk van de voortgang”.  Ja, inderdaad. Gewoon optimaliseren van de netwerkplanningimplementatie. Raad maar eens wat ze dan aan het doen zijn.

guwie




geplaatst 1 juni 2012

dinsdag 15 mei 2012

Iconen




’s Morgens snel je fiets gestald, want de trein staat al op het perron. Rennen, en net voor de deuren dichtklappen spring je de trein in. Herkenbaar. Bij terugkomst eind van de dag de vraag: waar heb ik mijn fiets neergezet? De nieuwe fietsenstalling voor het station staat tjokvol. Fietsen in en buiten de rekken. Chaos. Vind daarin je fiets maar eens terug.

Dat probleem zag Spoorzone Delft ook en ze hebben er iets op bedacht. Geen nummers of letters bij elke fietsenrek, maar herkenbare symbolen. Zo weet je beter waar je fiets staat. Niks nieuws, want bij parkeergarages wordt het ook wel toegepast. Maar hier worden er Delftse symbolen voor gebruikt en dat is wel voor het eerst. Iedere toegang is voorzien van een paneel met een typisch Delfts symbool. Om wat te noemen: de stormvaste Senz-paraplu, de Nuna, de wagen op zonne-energie. Of de Robo Swift, het kleine vliegtuigje met beweegbare vleugels. Symbolen die horen bij het innovatieve Delft. Als student wil je bij die panelen toch graag je fiets stallen. Als daar tenminste nog plek is.

Ontwerpbureau De Grafische Kamer heeft er werk van gemaakt. Er zijn niet alleen symbolen uit de studentenwereld gebruikt, maar ook iconen die iedere Delftenaar kent. De Oostpoort, Molen De Roos, het oude en het nieuwe station naast elkaar. Maar werkt het ook? Waarschijnlijk wel. In de beeldcultuur van vandaag onthoud je het paneel met de kerktoren beter dan de combinatie B6. Het idee is straks ook gemakkelijk toe te passen bij de stalling voor 5000 fietsen die onder het nieuwe stationsplein komt. Het blijft anders lang zoeken in zo’n grote stalling. Proefdraaien dus, nu nog bovengronds. En onder de grond hebben we nog veel meer panelen nodig. Het spoorwegviaduct als  nieuw icoon uit een vervlogen tijd. Alleen de herinnering blijft.

guwie




geplaatst 15 mei 2012

dinsdag 1 mei 2012

Feestverlichting


De tunnelbouwers kunnen het niet laten. Soms wordt er een heel weekend doorgewerkt, ook ’s nachts. Bijvoorbeeld als de trambaan weer eens verlegd moet worden. Is het overdag al boeiend wat er allemaal te zien is, bij donker is het echt feest. De normale straatverlichting is dan veruit onvoldoende. Daarom worden er lichtmasten bijgeplaatst. De verschillende werkauto’s en kranen hebben meerdere koplampen.  Hoogtepunt is  het vuurwerk van de lassers. De gele en oranje hesjes van de werkers zien er extra feestelijk uit.

De bouwvakkers werken in ploegendienst, maar voor de toeschouwer zijn  het steeds dezelfde werklui die bezig zijn. In werkkleding lijken ze sprekend op elkaar.
Vergis je echter niet.  Vaak zijn mannen uit verschillende Europese regio’s met elkaar aan het werk. Vanuit de Balkan, België, Polen (ja, ook die), maar ook Duitsers die met hun busjes Schienentechnik GmbH de bouwplaats opluisteren. En iedereen is voortdurend bezig. Geen gelanterfanter. Wie daar de wind eronder houdt is ons een raadsel. Er klinken geen commando’s. Kennelijk is alles afgesproken werk. Het loopt op rolletjes zo te zien.

Worden er dan helemaal geen fouten gemaakt? Waarschijnlijk wel, maar dat merken we meestal niet. Een proeftram rijdt midden in de nacht van zondag op maandag over de nieuwe rails op het dak van de tunnel. Eerst stapvoets en als dat goed gaat een beetje sneller.  Maandagochtend in alle vroegte kan de dienstregeling weer hervat worden alsof er niets is gebeurd. De meesten van ons slapen dan nog lekker. Niets gemerkt van de werkzaamheden. De feestverlichting is dan al weer uit.

guwie



geplaatst 1 mei 2012

maandag 16 april 2012

De hoogte in


Een 35-meter hoge ‘torenkraan’ siert sinds kort het oude Stationsplein op. Vreemd. Ga je een tunnel graven, zet je een reusachtige kraan neer. En straks komen er nog twee kleinere kranen bij.  Die torenkraan is nodig om met zijn draaicirkel van 75 meter allerlei materiaal op moeilijk bereikbare bouwplekken af te leveren.  Maar heb je  daarvoor zo’n hoge kraan nodig?  Natuurlijk, hij mag de andere kranen niet raken. Dus enig hoogteverschil is wel nodig. Maar zo hoog?  Dat valt op.  De aanduiding “torenkraan”  is goed gekozen. Het komt vermoedelijk van “torenflat”.  En met zijn hoogte van 35 meter is hij te vergelijken met  zo’n 10-verdiepingen hoog woongebouw.  Niet te missen.

De Duitsers onderscheiden Hochbau en Tiefbau. Onze spoortunnel valt in die tweede categorie. Vandaar dat je toch even opkijkt , zodra het de hoogte in gaat.  Bij de noordelijke tunnelingang op het voormalige Bacinolterrein ook zoiets.  Daar stond een stellage die makkelijk 6 meter boven het maaiveld uitstak.  Waarom zo’n uitkijkpost?

Laat niemand denken dat een tunnel graven alleen een ondergrondse bezigheid is.  Veel groot materieel steekt ruim boven het huidige viaduct uit. Nu heeft dat viaduct wel korte pootjes. Menig vrachtauto reed zich eronder vast.  Ooit is overwogen om bovenop dat viaduct een tweede te bouwen. Zo kun je ook vier sporen maken. In China en Dubai draaien ze daar hun hand niet voor om. Maar hier gaan we ondergronds, al suggereert zo’n torenkraan iets anders. Straks is er  niets meer om je over te verbazen. Saai hoor.

guwie





geplaatst 16 april 2012

maandag 2 april 2012

Dichter langs het spoor


“ Een put. Normaal verdiep ik mij.” De gehaaste reiziger die probeert zijn trein te halen laat zich niet afleiden door zo’n tekst. Hij heeft er geen oog voor net als het groepje vriendinnen dat druk met elkaar in gesprek is. De reiziger met meer tijd leest wel de dichtregels die de nieuwe onderdoorgang naar het station sieren. Het betonnen tunneltje is artistiek opgefleurd, niet alleen met blauwe verf, maar ook met gedichten die goed zichtbaar op de wanden zijn aangebracht. “Stop met zeuren. Hij komt wel”  is een andere tekst die op de wand is aangebracht.

Leerlingen van Delftse scholen lieten zich inspireren door de wereld van zandhopen, hijskranen en omleidingen. Ze vertaalden de wanorde in pakkende teksten die je gerust een gedicht mag noemen. De beste hiervan komen terug bij de nieuwe entree van het station. Andere gedichten hangen als poster achter de ramen van gebouwen en huizen langs de spoorzone. Dat levert een “Spoor van Gedichten” door Delft. Een goed initiatief van de Werkplaats Spoorzone Delft samen met de Vrije Akademie.

Dichter en spoor komen zo bij elkaar. Lezen en treinreizen zijn al veel langer onafscheidelijk. Lekker onderuitgezakt en verdiept in de nieuwe Saskia Noort schiet het landschap ongemerkt aan je voorbij. Het jaarlijkse Boekenweekgeschenk is zelfs je treinkaartje voor het weekend. Ideetje:  Bundel alle gedichten in een mooi boekje en stel het gratis beschikbaar aan de Delftse jongeren.  Overtuig de NS dat voor een keer de   dichtbundel je vervoerbewijs mag zijn. Inchecken hoeft niet.


guwie



geplaatst 2 april 2012